Bomen- en struikensoorten


Ruwe berk
Betula pendula

Hoogte tot 15 meter

Een bekende boom of struik met zilverwitte bast die overal wil groeien, vooral onder voedselarme omstandigheden zoals op schrale droge zandgronden maar ook op voedselarm hoogveen. De ruwe berk,  die gemakkelijk kruist met de zachte berk, is een echte pioniersboom. Zaailingen verspreid door de wind slaan op een kale bodem snel aan.
In hoogveen en heidegebieden kunnen de terreinen als snel overwoekerd worden door berken. Voor het korhoen zijn de knoppen erg smakelijk en ook het ree snoept graag van de berk.
Berken zijn snel groeiend maar worden niet oud.  Een dode berkenboom die is blijven staan, kan bij harde wind of sneeuwval of ijzel zo maar omvallen. Jonge berkenboompjes  kunnen na het afzagen teruggroeien als struik.

Zachte berk
Betula pubescens

Hoogte tot 25 meter

Een inheemse boom of struik die net als de ruwe berk een echte pioniersoort is. De gevleugde zaden worden verspreid door de wind en kiemen snel. Jonge berkenbossen kunnen heel dicht worden en vormen een geliefd biotoop voor reeën.
Afgevallen berken bladeren verrijken de grond waardoor ook andere soorten met hogere voedseleisen zich na verloop van tijd kunnen vestigen.
Berken leveren goed brandhout. Voor grotere stammen hebben soms houtzagerijen belangstelling voor het maken van berkenfineer.

Canadese populier
Populus  canadensis



Zwarte populier
Populus nigra


Sering
Syringa vulgaris

Hoogte tot 7,5 meter

De sering is van oorsprong niet inheems en werd vanaf de 16e eeuw vanuit Oost Europa verspreid. In de jaren’60 en ’70 werd de sering vaak aangeplant in houtwallen,  aangelegd in ruilverkavelingen. De sering kan zich verspreiden door de gevleugelde zaden die zich door de wind laten wegvoeren. Meestal komt struikvorming voor van de sering, maar deze kan soms ook uitgroeien tot een boom.
De sering is tijdens de bloei een gewaardeerde drachtplant voor insecten.
Voor het behoud van de sering in het landschap, is het belangrijk dat oudere takken op een hoogte van 1 tot 1,5 meter worden afgezet in het vroege voorjaar.

Grauwe abeel
Populus canescens

Hoogte tot 25 meter

Het is onduidelijk of de grauwe abeel een eigen soort is of een kruising tussen de exoot witte abeel en de ratelpopulier. De soort werd vooral in natte bossen veel aangeplant, overigens vooral waar er sprake is van zeewind waar tegen de boom bestand is.
De stam van de grauwe abeel groeit recht en wit en wordt als hout gebruikt voor de fabricage van pallets en bekistingen of als biomassa voor het opwekken van groene stroom.
Na het kappen van de grauwe abeel lopen wortels soms massaal uit tot een dichte struikenlaag. Het vormt daarbij een tijdelijke door reeën erg gewaardeerde dekking en voedselbron.

Ratelpopulier
Populus tremula

Hoogte tot 25 meter

De ratelpopulier wordt ook wel Esp genoemd. Doordat de stam relatief kort is, heeft het hout  maar een beperkte economische waarde. Wortels van de ratelpopulier koloniseren aangrenzende grond door steeds nieuwe uitlopers te vormen. Langs landbouwgronden en langs wegen wordt de aanplant van de ratelpopulier daarom niet altijd gewaardeerd.  Net als andere populierensoorten kan de ratelpopulier aangetast worden door honingzwam wat de stevigheid van het wortelstelsel en stam aantast. Door optredende houtrot  heeft het hout dan alleen nog maar waarde als biomassa. Gave stammen worden wel  als klompenhout gebruikt.

Gewone linde
Tilia X europaea

Hoogte tot 40 meter

De gewone linde is een bastaard van de grootbladige linde en de kleinbladige linde en is bijna altijd aangeplant. Het is een boom die snel groeit en 500 jaar oud kan worden. Doordat de linde erg snel door luizen besmet wordt, veroorzaakt de honingdauw die daarbij ontstaat overlast wanneer de sappen op de straat of auto’s druipt.
De bloeiende linde vormt in juli veel nectar en is een gewaardeerde drachtplant door bijen. Lindeloof wordt erg graag gegeten door reeën.
Het hout van de linde wordt gebruikt voor houtsnijwerk en voor het maken van muziekinstrumenten.

Zuurbes
Berberis vulgaris

Hoogte tot 3 meter

De zuurbes is een inheemse struik van heggen en pioniersbossen. Echter in het verleden werd de struik vooral waar granen verbouwd werden,massaal vernietigd. Men ontdekte, dat de zuurbes gastheer was van een roest die de bladeren en stengels van granen aantast.
De zuurbes verdraagt regelmatig terugzetten en bloeit dan uitbundig. De rode bessen zijn bitter en worden door vogels gegeten. Ook worden deze gebruikt voor   het maken van gelei of jam of als kruid voor vlees.
 
Sleedoorn
Prunus spinosa

Hoogte tot 4 meter

De sleedoorn is een struik die tot kleine boom kan uitgroeien. Van nature is dit een struik van bosranden. In het verleden had de struik een belangrijke rol voor het weren van vee van akkers.
De sleedoorn  moet regelmatig verjongd worden door het terugzetten. De sleedoorn is erg geëigend om natuurlijke barrières te vormen tussen recreatieve paden en natuurterreinen doordat de struik nagenoeg ondoordringbaar is.
Door de doornen is de struik niet erg geliefd in het landschapsonderhoud maar is wel van belang voor de insectenwereld en als leverancier van bessen. Deze worden gebruikt voor het maken van onder meer jam.

Hulst
Ilex aquifolium

Hoogte tot 20 meter

De historie van de hulst is omgeven door bijgeloof en speelt nu ook nog rond de kerstdagen een belangrijke rol.  De hulst in onze streken is inheems en groeit bijna overal , behalve op vochtige grond. Hij verdraagt omstandigheden die voor andere bomen te ruw zouden zijn. Hij vormt een prima afscheiding in bossen en houtwallen. De struik kan goed tegen snoei en loopt na het kappen weer uit wanneer de stobbe voldoende licht krijgt. Bloeiende hulst wordt intensief door insecten bezocht. De rijpe rode bessen worden gegeten door vogels die zo ook voor de verspreiding zorgen.
Het witte kernhout is geliefd voor het maken van houtsnij- en inlegwerk.

Wegedoorn
Rhamnus catharticus

Hoogte tot 5 meter

Vroeger werden de bessen van deze struik gebruikt om een laxeermiddel te maken. Deze struik maakt 2 soorten twijgen,lange die voor de groei zorgen en korte met groepjes bladeren en bloemen en vruchten dragen. De takken doen wat denken aan het gewei van een reebok. Aan het eind van elke twijg gaat deze over in een doorn. Doordat de korte zijtakken tegen over elkaar staan, ontstaat een soort kruisvorm. 
In de biotoop valt de wegedoorn pas op, als de zwarte bessen rijp zijn. De struik houdt doorgaans van wat kalkrijke bodem en kan goed schaduw verdragen. De struik kan goed tegen snoeien en terugzetten.

Sporkehout of Vuilboom
Frangula alnus

Hoogte tot 5 meter

Het hout van deze struikachtige boom werd vroeger gebruikt voor de productie van houtskool voor het maken van buskruit en lonten. De bast werd gebruikt in de natuurgeneeskunde in gedroogde vorm van laxeermiddel. Van de schors werden natuurlijke kleurstoffen geel en bruin gemaakt en van de vruchten de kleuren groen of grijsblauw. Van de harde gemakkelijk scherp te maken stukken hout, maakten slagers vroeger vleespennen. Ook nu wordt de boom nog gekapt om de staken te gebruiken als bonenstaken.
Sporkehout komt veel langs het water voor. Zowel bloeiend is de boom aantrekkelijk voor insecten als later de vruchten die door vogels gegeten worden. Zo is de boom een waardplant voor de citroenvlinder.
Sporkehout kan goed tegen snoei en terugzetten in het beheer.
 
Rode Kornoelje
Cornus sanguinea

Hoogte tot 4 meter

In de herfst valt de kornoelje op door de vuurrode bladeren en de zwarte vruchten die zichtbaar worden. Hij komt vooral voor op kalkrijke bodems en is vaak afkomstig vanuit tuinen waar de struik als tuinafval in de natuur terecht komt. De rode kornoelje verspreid zich door uitlopers via liggende takken en door zaad. Tijdens de bloei wordt de struik veelvuldig door kevers en vliegen bezocht.
Vroeger werd van de bessen lampolie gemaakt en werd het harde hout gebruikt als prikstokken voor het vee of als vleespen door de slagers.
De rode kornoelje verdraagt intensieve snoei en terugzetten.

Boswilg of Waterwilg
Salix caprea

Hoogte tot 15 meter

Deze wilg heeft opvallend gele katjes, de mannelijke bloeivorm in het vroege voorjaar, later vormen de vrouwelijke bloemen zachte donzige pluisjes. Het stuifmeel in de late winter/het vroege voorjaar is beruchte bij hooikoortspatiënten. De boswilg kruist gemakkelijk met andere wilgensoorten zoals de grauwe wilg.  Het zaad wordt verspreid door de wind en het water en komt zo ver terecht. Op vochtige plekken kiemt dit snel en de boswilg is dan ook echt een pioniersplant.
Het hout van de boswilg wordt nog maar weinig gebruikt. Boswilgen groeien bijzonder snel en moeten in een hakhoutcultuur telkens na enkele jaren al weer afgezet worden.

Zwarte Els
Alnus glutinosa

Hoogte tot 22 meter

De zwarte els komt al in de Oudheid in onze streken voor en is vooral een struik of boom van de natte gebieden. De zwarte els kan zich onder hele natte omstandigheden handhaven. Op de wortels komen bacteriën voor die de wortels voorzien van stikstof die de bacteriën uit de lucht kunnen binden. De verspreiding gebeurt door de wind waarbij zaadjes uit de kegeltjes weggeblazen worden.
Als de zwarte els wordt aangepland is dat vaak als voorbereider op een andere teelt, met de zwarte els kan voedselarme natte grond verbeterd worden. Het gele hout is duurzaam en kan gebruikt worden klompen van te maken. Van de bast , vruchten en bladeren kunnen natuurlijke kleurstoffen gemaakt worden.
De zwarte els verdraagt een terugzetten, mits het in de wintermaanden gebeurd.
 
Grauwe Els
Alnus incana

Hoogte tot 24 meter

De grauwe els is een pionierssoort bij uitstek en kan overal gedijen waar het zaad kiemt. Ook op onvruchtbare grond gedijt de plant door de symbiose met stikstofbindende bacteriën op de wortels. Van oorsprong komt de boom in ons land alleen voor in Twente en in het stroomgebied van de Rijn omdat deze oorspronkelijk een boom is van het gebergte.
Het hout van de grauwe els is van slechte kwaliteit en heeft geen handelswaarde. Wel past deze boom als struik in een eikenhakhoutcultuur.

Hazelaar
Corylus avellana

Hoogte tot 9 meter

Sinds de prehistorie wordt de hazelaar gebruikt door de mens. Niet alleen worden de gedroogde noten gegeten, maar ook de twijgen werden gebruikt voor allerlei vlechtwerk.  De hazelaar leent zich bijzonder voor de aanleg van hakhoutstruweel en moet dan ongeveer elke 7 jaar afgezet worden. Zo blijft de struik dan ook vruchten dragen.
De verspreiding van de struik gebeurt vooral door eekhoorns, vlaamse gaaien en roeken.

Haagbeuk
Carpinus betulus

Hoogte tot 25 meter

De haagbeuk is een boom of struik die thuishoort in Oost-Nederland op de betere zandgronden.
De haagbeuk is een boomsoort die zich goed laat snoeien tot een lage gedrongen struik en verdraagt regelmatig terugzetten als geriefhout. De haagbeuk levert goed brandhout en grotere, dikke takken timmerhout. Ook werden haagbeuken geknot en werden de twijgen gebruikt voor takkenbossen voor het stoken van bakkersovens
Het hout is bijzonder hard en vindt zijn weg als hakblokken voor slagers, houten hamers en kegels.

Beuk
Fagus sylvatica

Hoogte tot 25 meter
De beuk is een algemene boomsoort in bossen en langs wegen, soms gepland, soms vanzelf opgekomen. De beuk hout van een goede grond die niet te nat is en gedijt zelfs op droge schrale zandgronden.
De beuk kan vele eeuwen oud worden en levert uitstekend hout op voor timmerwerk en meubelen. Het kan ook goed gebogen worden door de fijne nerf en het ontbreken van knoesten.

Ruwe iep
Ulmus glabra

Hoogte tot 30 meter

De ruwe iep is een sterke boom die het ook in vervuilde lucht volhoudt. Deze iep vermeerder t zich door middel van zaad en niet door worteluitlopers en is hierdoor beter bestand tegen de iepziekte.
Iepenhout is bijzonder duurzaam wanneer het verwerkt wordt in de kielen van boten of in beschoeiingen langs de waterkant. Het hout is erg buigzaam.